Bergen en dalen De bergen en dalen van de Bourdon (3
schoentjes)
'Bonne Journee,' roept Jean-Paul. Hij heeft zijn busje alweer
gedraaid en geeft vol gas. Voor ons glooien de velden, met het
gemaaide gras op keurige rolletjes. Links liggen de heuvels van
het Parc National de Bourdon, daarachter wachten de onherberzame
Gorges du Penitence. Het is pas half tien maar mijn pony plakt al
tegen m'n voorhoofd. Volgens mijn berekening moeten we vandaag
450 meter stijgen en 600 meter dalen. Mijn rugzak voelt zwaar
aan, maar liefst twee liter water heb ik ingepakt, en om voor mij
nog onduidelijke redenen word ik, als enige man, geacht de
ehbo-kist te dragen. Bij het inpakken van de lunch stopte Anneke
ook nog de plastic zak met nectarines in mijn bagage.
Marjo en Anneke beginnen onmiddellijk het smalle pad op te
klimmen. Trefzeker landen de afgetrapte bergschoenen op de grote
stenen die onder het gele zand uitsteken. De Jansport rugzakjes
dansen op de stevige heupen. De dijen van Anneke vertonen sporen
van een nachtelijke slemppartij van Bourdonse muskieten. Met mijn
handen op de rug loop ik naar boven, concentreer me op mijn
ademhaling en fokus op de kuiten voor me. In het bos maken de
prikkelige struiken langzaam plaats voor een weelderige
begroeiing. Bramenstruiken slingeren zich hoog door de takken,
alleen bereikbaar voor de merels. De droogte houdt al zeven weken
aan. Het karrespoor zit vol met barsten.
'Gaat het nog Kasper?' roept onze gids. Ze blijft op me
wachten aan het einde van het pad, waar de rest van de groep is
afgeslagen. Doorgaans ben ik de hekkensluiter. Graag sta ik stil
bij de natuur en de schilderachtige vergezichten. Mijn
reisgenoten kakelen de hele weg. Ze houden het wild op veilige
afstand. Anneke en Marjo willen aldoor de eersten zijn. Ik ben de
enige die weet dat ze dinsdagmiddag het laatste stuk hebben
gelift. Ze bleven expres achter, en stapten in een lichtgele
bestelauto. Zelf vonden ze dat enorm grappig, aan tafel zaten ze
er voortdurend over te gniffelen.
De schaduwrijke oever van een étang nodigt ons uit voor
de lunch, Anneke staat naast mijn tas en grist het fruit eruit.
Op mijn baguette zit ham en augurk met mayonaise. Mijn blik staat
op oneindig, aan de andere kant van het water staan groene en
oranje bomen. Zwijgend vraag ik me af of dit door de droogte komt
of dat het zo hoort. Het gras om ons heen is geel en dor,
ertussen paarse bloempjes die naar tijm ruiken, Marjo wrijft de
blaadjes tussen haar vingers, en laat de anderen de geur van het
kruid opsnuiven. Net als Anneke draagt zij een fel gekleurd
hempje, het lijkt erop dat ze geen bh dragen -, toen ze zich
bukte naar het laatste tomaatje vreesde ik even dat ze eruit
zouden vallen. Ik ga voldaan op mijn rug liggen en kijk naar de
hemel. Vanuit het oosten komen wolken als grote wattenbollen
aandrijven. 'Cumulus,' stel ik vast. Een mier kriebelt in mijn
nek en dwingt me weer overeind te komen. Met de gids bestudeer ik
de kaart, we zijn iets over de helft. Ze vertelt dat we uiterlijk
om zes uur in Montargue moeten zijn om de laatste bus naar La
Cozy te halen. Een stukje nectarine heeft zich op haar mondhoek
vastgezet.
'Volgens mij krijgen we vandaag onweer,' zeg ik.
'Volgens de berichten zou het pas vanaf donderdag gaan
onweren,' zegt ze, 'maar je weet het hier nooit helemaal
zeker.'
'Jongens, Kasper zegt dat er onweer komt!' krijst Marjo.
Aanstellerig vraagt ze: 'Kasper, wat moet ik doen dan, als het
ontweert?'
'Je moet jezelf klein maken,' vertel ik koel, 'op je hurken
gaan zitten, en je rugzak zo ver mogelijk van je afwerpen.'
Het onderwerp voert hen al gauw naar de toppen van hun
geestigheid en vernuft. Dan worden de veters weer gestrikt.
Behoedzaam schuifelen ze naar beneden om links en rechts achter
de struiken te hurken. Ik blijf boven en plas tegen een boom, op
de Jansport tassen zie ik kleine spetters.
Alleen de de krekels hebben de Gorges van Penitence nog niet
verlaten. De hete wind zwelt aan en jaagt mijn adem op tot hoog
in mijn borst. Een onverwachte ritsel in de dorre takken doet me
een sprongetje opzij maken. Het halflege bidon klotst
onheilspellend mijn rugzak. De lucht kleurt vuilbruin. Ver voor
me klinkt een hoge lach. Achter me voeren twee vrouwen een
geanimeerd gesprek, ze hebben zojuist ontdekt dat ze aan vrijwel
dezelfde schouderblessure zijn geholpen. Een van hen heeft
uitstekende ervaringen met een chiropractor uit Tilburg. De
wolken boven ons hoofd pakken zich verder samen. Plotseling
begint de lucht zo snel te stijgen dat mijn pony wordt
opgetild.
Als we de D913 kruisen staat daar plotseling het busje van
Jean-Paul. Haastig komt hij op ons af. Tegen de gids spreekt hij
in opgewonden Frans over een orage. Ze wendt zich tot ons en legt
uit dat de bus van Montargue naar St. Cozy niet rijdt vanwege
Maria Hemelvaart. Er is noodweer onderweg dus moeten we
onmiddelijk met Jean-Paul mee terug naar La Cozy.
Dan vraagt ze: 'Waar zijn Anneke en Marjo gebleven?'
'Die heb ik een lichtgele bestelauto zien stappen,' meld ik
naar waarheid.
Ze vloekt, en zegt: 'OK mensen, we vertrekken.'
Gejaagd rijdt Jean-Paul over de D913. Het wordt aardedonker.
Ik zie een flits en om half vijf snerpt de eerste donderslag.
Twee Jansport rugzakken verdwijnen in de kloof van Penitence. De
bliksemschichten en - knallen wisselen elkaar in hoog tempo af.
Eerst regent het nog zachtjes maar dan vallen dikke druppels naar
beneden. Tevreden snuif ik de vochtig wordende lucht op.
Yvonne
Beauvoir, 15 augustus 2003
|